Geschiedenis

Toen Maastricht nog een vestingstad was (tot 1867) waren er diverse ravelijnen, zoals bij de Tongersepoort, Brusselsepoort en Boschpoort. Als herinnering aan dat verleden heeft de woonbuurt bij de Hoge Fronten daarom de naam Ravelijn gekregen.

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog was er een groot tekort aan huizen op de Maastrichtse woningmarkt, vooral voor de armen. Zij woonden samen in de krottenwijken van de oude binnenstad en van Wijck. De arbeiderswoningen van de bouwverenigingen waren bestemd voor geschoolde en beter betaalde arbeiders. Het ongeschoolde en losse werkvolk kwam voor dergelijke woningen niet in aanmerking; het zou ook de huur niet kunnen betalen. Zo ontstond een duidelijke tweedeling binnen de arbeidersbevolking; de nette arbeidersbuurten en de achterbuurten. Een van die achterbuurten was het stokstraatkwartier. De rijke mensen die hier vroeger hadden gewoond waren eind negentiende eeuw verhuisd naar de villawijken. De huizen van het stokstraatkwartier veranderden al snel in mensenpakhuizen die uit een- en tweekamerwoningen bestonden.

In 1949 lanceerde de gemeente Maastricht een ontwerp-saneringsplan om de oude binnenstad in oude luister te herstellen. Het stokstraat kwartier zou weer een aangename woonbuurt moeten worden met veel economische en en culturele activiteiten; daarvoor werd een massale overplanting van de huidige bewoners voorgesteld. Het verschijnsel asocialiteit beperkte zich niet tot het Stokstraat kwartier aleen. Ook de krotten in de wijken Wijck en Boschstraat kwartier, het Kommelkwartier en Wittenvrouwenveld moesten op den duur verdwijnen. Alle krotbewoners moesten elders worden gehuisvest in nieuw te bouwen arbeiderswijken. Van de 408 ‘zwaksociale’ gezinnen moesten ‘de beste gevallen’ worden geplaatst in een overgangscomplex van ongeveer 100 woningen, gelegen in een beperkt isolement en in de buurt van een sterke parochie.

Ravelijn artikel in het Historisch Nieuwsblad